Wat is de interactie tussen BIDON en BIS?

Veel verschillende partijen maken gebruik van bodemgegevens: de overheid (provincies, gemeenten, regionale uitvoeringsdiensten/omgevingsdiensten), bodemadviesbureaus, netbeheerders.
Deze partijen maken veelal gebruik van een bodeminformatiesysteem (BIS). Dit systeem is van belang voor het raadplegen van bodemgegevens, zoals inzien, rapporteren of analyseren. Verder worden in het BIS ook nieuwe gegevens opgenomen en worden bestaande gegevens bijgewerkt of verwijderd. De eindgebruiker is gewend aan de wijze waarop dit systeem zijn werk en de werkprocessen ondersteunt. Er zijn meerdere leveranciers van dit type informatiesystemen.
Een uitgangspunt van BIDON is dat gegevens in de gemeenschappelijke voorziening via het BIS kunnen worden geraadpleegd en bijgewerkt. Dit betekent dat er op de achtergrond gegevensuitwisseling is tussen de gemeenschappelijke voorziening van BIDON en het BIS. Bij het raadplegen worden de gegevens in de eigen registratie van het BIS gecombineerd met de gegevens in de gemeenschappelijke voorziening. Bij het opvoeren van nieuwe gegevens in het BIS kan de gebruiker deze ook in de gemeenschappelijke voorziening plaatsen.

 

Wat is de relatie van BIDON met de Omgevingswet?

De Omgevingswet moet leiden tot een vereenvoudiging van het omgevingsrecht. Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen (Ministeriële Regelingen, Algemene Maatregelen van Bestuur) voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Zij hebben allemaal hun eigen uitgangspunten, werkwijzen en eisen. De wetgeving is daardoor te ingewikkeld geworden voor de mensen die ermee werken. De Omgevingswet moet hierin verandering brengen. De Omgevingswet krijgt vier aanvullingswetten, waaronder één voor bodem.

Milieuhygiënische bodemkwaliteit

Specifiek voor de milieuhygiënische bodemkwaliteit zal de Omgevingswet onder meer inhouden dat gemeenten het bevoegd gezag worden. De gebruiker van de bodem krijgt meer verantwoordelijkheid om zeker te stellen dat het (beoogd) gebruik bij bodemkwaliteit past. Er komen veranderingen in het proces van bijvoorbeeld vergunningaanvragen.

Met de Omgevingswet komt ook een Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO ondersteunt betrokkenen bij het verkrijgen van de juiste informatie. Onderdeel van deze DSO is het informatiehuis Bodem en Ondergrond. Het is denkbaar dat de gemeenschappelijke voorziening BIDON één van de gegevensbronnen voor het informatiehuis Bodem en Ondergrond wordt.

De Omgevingswet

Wat is de relatie van BIDON met PDOK?

PDOK stelt geo-informatie van de overheid beschikbaar aan zowel particulieren als bedrijven, veelal kosteloos en als open data.

De milieuhygiënische bodemgegevens in BIDON passen in de PDOK dienstverlening. Dit sluit aan op het uitgangspunt dat BIDON de (bron-)voorziening vormt en de milieuhygienische bodemgegevens via een zgn. informatiebroker beschikbaar komen. PDOK kan één van de informatiebrokers zijn. BIDON stuurt PDOK echter niet actief aan.

 

Wat is de relatie tussen BIDON en het Informatiehuis Bodem en Ondergrond?

Het Informatiehuis Bodem en Ondergrond (IHBO) is één van de tien informatiehuizen die onderdeel zijn van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Huiseigenaar is Rijkswaterstaat (Directie Leefomgeving).

Omgevingswet

Het digitale stelsel en dus ook de informatiehuizen gaan de digitale processen rond de Omgevingswet zo goed mogelijk faciliteren. Zowel aan de kant van de vergunningsaanvrager (bijvoorbeeld burger of bedrijf) als aan de kant van het bevoegd gezag (bijvoorbeeld gemeente of waterschap). Dit betekent bijvoorbeeld dat (on-)mogelijkheden bij een gewenste activiteit in een vroeg stadium in beeld worden gebracht.

Milieuhygiënische bodemgegevens

Specifiek voor bodemkwaliteit kan dit ook een vraag naar milieuhygiënische bodemgegevens betekenen. Voor je een bepaalde activiteit kunt starten is het tenslotte van belang om te weten of de bodemkwaliteit dit wel toelaat. Of dit betekent dat de informatiehuizen data gaan verlangen uit BIDON is nog niet met zekerheid te zeggen. Hiervoor dient eerst meer duidelijkheid te komen over de bodemregelgeving onder de Omgevingswet en welke instrumenten die bodemregelgeving gaan faciliteren.

Verwachting

Het ligt in ieder geval niet in de lijn van de verwachting dat BIDON onderdeel zal worden van het Informatiehuis. De informatiehuizen zijn met name bedoeld voor het beantwoorden van een informatievraag vanuit de Omgevingswet en richten zich op facilitering hiervan middels informatieproducten. Data blijft bij de bron. Dit is ook van belang omdat databronnen óók informatievragen moeten kunnen beantwoorden die buiten de scope van de Omgevingswet liggen. Dit is in het geval van BIDON bijvoorbeeld aan de orde bij de gegevensbehoefte van netbeheerders. Die komt met name voort uit een arbo/veiligheidsvraag, wat buiten de scope van de Omgevingswet valt.

Wat is de relatie tussen BIDON en de BRO?

Informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem wordt steeds belangrijker. Ze bepaalt of ergens gebouwd mag worden. Of een bodemenergiesysteem kan worden aangelegd. Of welke voorzorgsmaatregelen grondwerkers moeten nemen om geen gezondheidsrisico’s te lopen.

Overheidsorganisaties zoals het ministerie van IenM, gemeenten en provincies werken samen in diverse trajecten om gegevens over de ondergrond zo goed mogelijk beschikbaar te maken. Zowel de BRO als BIDON zijn voorbeelden van zo’n traject. Maar ze zijn niet hetzelfde.

BRO

De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een ontwikkeling, waarmee de beschikbaarheid van een breed spectrum aan datasets met betrekking tot de ondergrond vanaf 2017 stapsgewijs wettelijk geborgd wordt. Binnen een totaal van 26 registratieobjecten worden sondeeronderzoek, grondwatermonitoringsputten, mijnbouwwetvergunningen en boormonsterprofielen als eerste opgenomen. De ondergrond vormt op het eerste gezicht een samenhangend geheel. Maarf de complexiteit is vaak net zo groot als bovengronds. Daarbij komt nog de complexiteit als gevolg van de interactie tussen boven- en ondergrond. De variëteit in gegevenssets van de ondergrond is dan ook fors.  Het gaat zowel om vergunningen in het kader van mijnbouw tot de geomorfologische kaart. Om die reden vormen gegevens over de milieuhygiënische bodemkwaliteit voorlopig geen onderdeel van de BRO. De BRO richt zich in eerste instantie vooral op standaardisatie van bestaande databases (DINO, NLOG, BIS).

BIDON

Desondanks beseft de overheid dat een uniforme ontsluiting van de milieuhygiënische bodemgegevens wel degelijk van belang is. Op korte termijn is een oplossing gewenst voor zowel overheid als markt. Daarom is het een uitgelezen kans dat de direct betrokkenen (netbeheerders, gemeenten, provincies en omgevingsdiensten) zelf het initiatief hebben genomen om hun gezamenlijke data te ontsluiten via BIDON.

Afstemming

De initiatiefnemers van BIDON en het ministerie van IenM als verantwoordelijke voor de BRO hebben  nauw contact om ervoor te zorgen dat beide initiatieven waar nodig op elkaar worden afgestemd. Zo letten de initiatiefnemers goed op de wijze van gegevenslevering en -gebruik. Dit dient voor bronhouders en afnemers zo gebruiksvriendelijk mogelijk te gebeuren, zonder het idee dat er twee loketten zijn. Op termijn wordt bekeken of het wenselijk is dat de gegevens die BIDON verzamelt, deels of geheel onder de BRO komen te vallen.

Wat is de relatie tussen BIDON en de diverse marktinitiatieven?

De afgelopen jaren is door diverse adviesbureaus en IT leveranciers gewerkt aan het ontwikkelen van bodeminformatieproducten waarbij gegevens van adviesbureau, netbeheerder en overheid zijn samengebracht. Voorbeelden hiervan zijn de bodemrisicokaart van MWH en BDOK van Antea/NazcaI.  Naast milieuhygiënische bodemgegevens maken deze producten ook gebruik van bijvoorbeeld informatie uit eerder uitgevoerde risicobepalingen, historische bodembedreigende activiteiten en bodemsaneringsplannen met ingeschatte interventiewaarde contouren.

BIDON is complementair ten opzichte van deze initiatieven:  BIDON beoogt de milieu-hygiënische gegevens  van alle deelnemende netbeheerders, gemeenten en provincies (en namens hen de OD/RUD’s) landsdekkend voor hergebruik beschikbaar te stellen.  BIDON levert data die voor informatieproducten, zoals een risicokaart, een onmisbaar ingrediënt vormt. Voor BIDON geldt dat de genoemde risicokaart een tastbaar bewijs is van de behoefte aan een goed georganiseerde ontsluiting van milieuhygiënische bodemgegevens.

Als BIDON is gerealiseerd en er straks één gemeenschappelijke voorziening is voor alle (milieu hygiënische) bodemdata, wat gebeurt er dan met de huidige instrumenten die bodeminformatie ontsluiten? Blijven die bestaan?

Het is niet ondenkbaar dat bepaalde instrumenten op den duur zullen verdwijnen, maar dat is aan de beheerders van die instrumenten. Dit zal pas gebeuren als er voldoende alternatieven zijn voor de invulling van de informatiebehoefte van derden.

Valt data over bodemverontreiniging onder de INSPIRE richtlijn?

Nee, data over bodemverontreiniging valt niet onder INSPIRE.

Waarom zit BIDON niet gewoon in het Bodemloket?

Het Bodemloket is een systeem met een database en een geografische website dat statusgegevens biedt met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb). Met het Bodemloket kunnen bezoekers zien of er onderzoeksnoodzaak is, en wat de voortgang van onderzoek en sanering is.BIDON gaat dergelijke data waarschijnlijk ook opslaan, maar zal zich met name richten op de feitelijke onderzoeksgegevens van zowel markt als overheid, los van het Wbb-regime. Of deze gegevens op termijn ook op geografische wijze ontsloten worden, vergelijkbaar met het Bodemloket, laten we over  aan ‘de markt’: doordat de gegevens vrijelijk beschikbaar komen via open standaarden kan iedereen de gegevens geografisch zichtbaar maken in elke willekeurige geoviewer.

Wat is de relatie met het Bodemconvenant en het Uitvoeringsprogramma?

In het Convenant Bodem en Ondergrond 2016 – 2020 wordt expliciet stilgestaan bij BIDON in hoofdstuk 14.1: ‘Ten aanzien van (…) milieuhygiënische bodemgegevens, komen partijen overeen: (… om vanuit efficiencyredenen te streven naar een centrale ontsluiting van bodeminformatie middels een landelijke voorziening, hierbij te zoeken naar samenwerking met de markt (grondroerders) en naar een financiering die evenredig is verdeeld overeenkomstig de financiële en maatschappelijke baten die het oplevert (…).’. Het Uitvoeringsprogramma benadrukt de behoefte om in te zetten op een ‘collectieve voorziening met bodemkwaliteitsdata van zowel markt als overheid.’ BIDON voert deze ambities uit.

Ontstaat er een leveringsplicht voor de gegevens die in BIDON komen te staat als gevolg van de wet BRO – ondanks dat vooralsnog BIDON geen onderdeel uitmaakt van de BRO? (datum inwerkingtreding 1-1-2017)

Voor BIDON gaat geen wettelijke leveringsplicht gelden. De prikkel voor markt en overheid om data te gaan leveren is ingegeven door een positieve business case: er zijn voor alle participerende partijen voordelen/baten te behalen die ruimschoots opwegen tegen de kosten. BIDON dient in dit licht los gezien te worden van de BRO, zie ook de FAQ over de relatie tussen BIDON en BRO die ingaat op het verschil tussen BIDON en de BRO.

Wat is de relatie van BIDON met het project/programma BIELLS (actief in de periode 2006-2009)?

Het doel van de BIELLS Datamakelaar was om slimme combinaties en maatwerk te leveren voor specifieke ruimtelijke vraagstukken.

Door betrokkenen werd aangegeven dat een digitaal expertsysteem generieke vraagstukken faciliteert, maar dat vrijwel geen enkel ruimtelijk vraagstuk generiek van aard is. Betrokkenen vonden het effectiever om per project alle betrokkenen in kaart te brengen en door middel van werkvormen als workshops of kennisdeling door intermediaire organisaties te komen tot informatievergaring. Een sterk netwerk en de ‘human factor’ zijn hierbij sleutelbegrippen.

Het project BIELLS is om die reden nooit daadwerkelijk gerealiseerd en activiteiten op dit vlak zijn eind 2009 stopgezet. Er is inhoudelijk geen relatie met BIDON.