Wat is BIDON?

BIDON is een programma met als doel het hergebruik van milieuhygiënische bodemgegevens te verbeteren.

Dankzij het programma BIDON worden processen bij de overheid en bij het bedrijfsleven efficiënter en van een hogere kwaliteit, worden kosten in de keten lager en wordt werken in de grond veiliger.

Gemeenschappelijke voorziening

BIDON bereikt dit door een gemeenschappelijke voorziening te realiseren voor het delen en hergebruiken van milieuhygiënische bodemgegevens. De belanghebbende partijen passen daarop hun informatiesystemen en de werkprocessen aan.

Samenwerking

BIDON werkt intensief samen met de betrokken partijen zoals gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, netbeheerders en bodemadviesbureaus. BIDON is een initiatief van de overheid en netbeheerders.

BIDON

Wat is het doel van BIDON?

Het doel van het programma BIDON

Dankzij BIDON worden processen bij de overheid en bij het bedrijfsleven efficiënter en van een hogere kwaliteit, worden kosten in de keten lager en wordt werken in de grond veiliger.

Gemeenschappelijke voorziening

BIDON bereikt dit door een gemeenschappelijke voorziening te realiseren voor het delen en hergebruiken van milieuhygiënische bodemgegevens. De belanghebbende partijen passen daarop hun informatiesystemen en de werkprocessen aan.

Voor wie is BIDON bedoeld?

BIDON is een initiatief van overheid en netbeheerders, voor hen is BIDON primair bedoeld. Bodemadviesbureaus vormen hier een belangrijke schakel.

Daarnaast zal naar verwachting iedereen die gegevens over de milieuhygiënische bodemkwaliteit nodig heeft gebruik kunnen maken van BIDON.

Is de BIDON informatie open data en komt deze kosteloos beschikbaar?

Gegevens komen straks via twee verschillende ketenprocessen in BIDON:

1) graafwerkzaamheden netbeheerders en de verplichting vanuit ARBO wetgeving voor de netbeheerder om na te gaan welke beschermende maatregelen nodig zijn vanwege vervuiling van de bodem, en

2) vergunningaanvragen (en meldingen) door burgers, bedrijven of (overheids-)instellingen in het kader van de Omgevingswet (of de Wabo, als het om bestaande gegevens gaat).

Het programma streeft ernaar om de bodemgegevens vanuit beide processen als open data beschikbaar te stellen. Dit zal in ieder geval voor de bodemgegevens vanuit het vergunningenproces gaan gelden. Of dit ook geldt voor de data van netbeheerders hangt af van de keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de financieringsvorm. In ieder geval zal data van netbeheerders kosteloos zijn voor gebruik door participerende overheden.

 

Bereikt het programma BIDON iedereen die een belang heeft bij BIDON?

Om iedereen die een belang heeft bij BIDON te bereiken is er een communicatieplan. Globaal gezien verloopt de communicatie als volgt:

  1. Vertegenwoordiging uit het veld in de programmaorganisatie (projectteams of werkgroepen, klankbordgroep en programmaboard).
  2. Direct contact met de belanghebbenden op netwerkdagen, symposia en informatiesessies hetzij op initiatief van het programma BIDON hetzij op uitnodiging.
  3. Indirect contact via de website www.bidon.info, de nieuwsbrief BIDON, koepelorganisaties, vakbladen en social media.

Het bereik van het programma gaat ver, de verwachting is dat in de loop der tijd eenieder die het aangaat geïnformeerd en/of betrokken wordt. Inzet van de belanghebbende organisaties zelf is hierbij uiteraard van belang zodat er niet alleen sprake is van ‘push’ vanuit het programma maar ook van ‘pull’ door het veld.

Waarom geen bestaand systeem, zoals Bodemloket, uitbreiden?

Bij de totstandkoming van BIDON is een omgevingsscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat er geen bestaande voorziening is die de gedetailleerde bodemgegevens van private en publieke organisaties bevat. Deze gemeenschappelijke ‘gegevensbak’ is de kern van de gemeenschappelijke voorziening van BIDON.

Om een goede integratie met de huidige en toekomstige werkprocessen mogelijk te maken wordt de gemeenschappelijke voorziening aangesloten op de huidige (bodem)informatiesystemen. De gegevensuitwisseling vindt op de achtergrond plaats. Voor de medewerkers van de gegevensbeherende partijen ontstaat op deze manier zo min mogelijk extra / afwijkend werk als gevolg van BIDON. Er is juist sprake van hergebruik.

Het ontsluiten van de gegevens in de gemeenschappelijke voorziening voor gebruik door derden (burgers, bedrijven, (overheids)instellingen) via andere bestaande informatiesystemen – zoals het bodemloket – is uiteraard ook mogelijk.

Hoe voorkom je vrijblijvendheid in het aanleveren van informatie?

Voor de beantwoording van deze vraag zijn twee stappen te onderscheiden: de eerste is het besluit om bij de start van BIDON bestaande gegevens te gaan aanleveren, de tweede is als een organisatie vanaf de start van BIDON nieuw ontvangen gegevens gaat aanleveren.

Het besluit om bestaande gegevens te gaan aanleveren (aansluiten op de gemeenschappelijke voorziening) is een besluit dat door elke organisatie individueel genomen wordt. Er is geen wettelijke verplichting. Doordat BIDON pas baten oplevert bij voldoende deelnemers is het van belang dat partijen vertrouwen houden in elkaar en dat overheid en netbeheerders aansluiten. Dit zal bij de ene partij wat langer duren dan bij de andere partij.

Gegevens die vanaf de inwerkingtreding aan BIDON geleverd worden, worden idealiter door de adviseur aangeleverd. De partij waar uiteindelijk de gegevens in rapportvorm terecht komt, hoeft zich er vanaf dat moment alleen van te vergewissen dat dit ook daadwerkelijk gebeurd is.

In algemene zin is het van belang om afspraken te maken bijvoorbeeld over het moment van levering en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens (bijvoorbeeld juistheid,  eenduidigheid etc.). Ook moeten er afspraken komen over bijvoorbeeld de doorontwikkeling van het koppelvlak en het ondersteunen van nieuwe releases. De wijze waarop dergelijke afspraken gemaakt worden is nog niet bepaald. De huidige gedachte is om de op te richten rechtspersoon voor het samenwerkingsverband BIDON hierin een rol te geven, bijvoorbeeld door het opstellen van een reglement met daarin de voorwaarden waaraan een aan te sluiten partij moet voldoen. Ook valt te denken een set van afspraken tussen bijvoorbeeld overheid en advieswereld.

Hoe ondersteunt het programma BIDON het onderling contact tussen gegevensbeheerders?

Op dit moment zijn vertegenwoordigers van gegevensbeheerders betrokken in de diverse werkgroepen, de klankbordgroep en de programmaboard van het programma BIDON. In de overleggen vindt onderling afstemming plaats over wijze van werken en de eisen en wensen die partijen hebben over de gemeenschappelijke voorziening, besturing en beheer. Hun input wordt gebruikt bij het vormgeven van de aanpak en de inhoud van BIDON.

Verder organiseert het programma bijeenkomsten zoals de informatie- en netwerkdag waar partijen elkaar kunnen ontmoeten en is BIDON (mits uitgenodigd) aanwezig bij bijeenkomsten die partijen zelf organiseren. Denk hierbij aan klantendagen van IT leveranciers, bijeenkomsten van SIKB, IPO , VNG, VVMA, VKB of PNBH, symposia als Bodembreed of  overleggen tussen omgevingsdiensten en gemeenten/provincie.  Dit kan overigens ook virtueel, er zijn diverse social media waarin er contact is tussen gegevensbeheerders van bodemgegevens en waar deelnemers van het programma BIDON in bijdragen (bijvoorbeeld Linkedin groepen).

Gaat BIDON de aansluitkosten van deelnemers betalen?

De aansluitkosten van deelnemers (gegevensbeherende partijen) bestaan uit de (licentie)kosten voor de aanpassing van het bodeminformatiesysteem en de uitrol ervan, aanpassing van werkprocessen en het selecteren en aanbieden van reeds beschikbare bodemgegevens. Deze kosten zullen voor iedere organisatie anders zijn, afhankelijk van omvang, mate van digitalisering en het sourcing model (zelf doen of laten doen door bodemadviesbureau en/of IT leverancier). Bij het publiceren van het antwoord op deze vraag (november 2016) is er geen budget in het programma voorzien voor het betalen van deze kosten. Overheid en netbeheerders zullen deze kosten zelf moeten dragen.

 

Wordt het ketenproces ‘milieubeheer’ nog meegenomen in BIDON?

Ja, het ketenproces milieubeheer wordt ook meegenomen. Bij het uitwerken van het BIDON ketenoptimalisatieplan is met name aandacht besteed aan keten 1 (graafwerkzaamheden netbeheerders) en keten 3 (loketfunctie overheid). Keten 1 en 3 dragen de business case financieel.

Keten 2 (milieubeheer) als toepassingsgebied is uiteraard net zo goed van belang. Via de raadpleegfunctie van het bodeminformatiesysteem kan ten behoeve van beleid, toezicht en handhaving gebruik gemaakt worden van de gemeenschappelijke bodemgegevens. Verder zullen naar verwachting via informatiebrokers nieuwe producten en diensten worden ontwikkeld die ook keten 2 verder ondersteunen, zoals presentatie van de milieugegevens op kaart.

Is de informatie van verschillende leveranciers identiek?

BIDON brengt de milieuhygiënische gegevens van partijen over heel Nederland samen. Overheden, netbeheerders, bodemadviesbureaus en IT leveranciers werken met hetzelfde type gegevens in een gezamenlijke (BIDON-)dataset, gebaseerd op de uitwisselstandaard SIKB0101. Toch kunnen er verschillen zijn in werkwijze (invoerprotocol) en  geïmplementeerde versies van de uitwisselstandaard.  Er kunnen daardoor verschillen optreden, maar dit zal slechts incidenteel voorkomen.

Hoe wordt de actualiteit van gegevens geborgd?

De actualiteit van de gegevens in BIDON wordt niet op actieve wijze geborgd. Het is ook niet de intentie van BIDON om de actuele bodemkwaliteit te ontsluiten. BIDON is een voorziening die gegevens vastlegt die op een bepaald moment op een bepaalde plek zijn verzameld. Het is aan de partij die de gegevens hergebruikt om te bezien of die gegevens in zijn/haar situatie nog (her-)bruikbaar zijn.

Is data-aggregatie ook onderdeel van de broker (overzichtskaarten)?

Dat is aan de gegevensbroker zelf. BIDON stelt de ruwe data beschikbaar. De wijze van presentatie, bijvoorbeeld via een viewer of app op kaart,  zal afgestemd worden op de vraag van de afnemers.

Hoe wordt met vertrouwelijke informatie omgegaan en welke rol heeft het adviesbureau hierin?

Het uitgangspunt is dat BIDON geen vertrouwelijke informatie bevat. De gegevensbeheerder heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er geen vertrouwelijke gegevens in de gemeenschappelijke voorziening worden geplaatst.

Indien het bodemgegevens van openbaar gebied betreft, zijn de gegevens per definitie niet vertrouwelijk. De gegevens komen dan in de gemeenschappelijke voorziening zo gauw het bevoegd gezag deze in behandeling neemt of zo veel eerder als mogelijk is.

Indien het bodemgegevens betreffen van privaat gebied dan moet de opdrachtgever toestemming geven voor het plaatsen van de gegevens in de gemeenschappelijke voorziening. Zonder die toestemming komen de gegevens niet in de gemeenschappelijke voorziening en zijn ze niet beschikbaar voor hergebruik.

Privacygevoelige informatie in de vorm van bijvoorbeeld namen van personen zit niet in de dataset van BIDON. De dataset van BIDON maakt wel een link mogelijk naar het onderliggende adviesrapport op een externe bronlocatie. Het is de verantwoordelijkheid van die betreffende bronbeheerder om de privacyrichtlijnen in acht te nemen.

 

Wat te doen met de papieren archieven?

De overweging wat te doen met de papieren archieven is aan de betreffende organisatie. Voor BIDON is het van belang dat bodemgegevens zijn gedigitaliseerd en volgens bepaalde standaarden zijn verkregen en vastgelegd. BIDON oefent geen druk uit op een organisatie om te gaan digitaliseren alleen omwille van BIDON.

Gaat het niet te snel? Kan iedereen snel genoeg aanhaken?

Bij de planning van BIDON is het van belang een onderscheid te maken tussen de realisatie van de gemeenschappelijke voorziening en het aansluiten van de individuele gegevensbeheerders (overheid, bodemadviesbureaus en netbeheerders).

Het is de ambitie om de gemeenschappelijke voorziening op 1 januari 2018 in productie te nemen. Vanaf dat moment kunnen gegevens-beherende partijen aansluiten.  Sommige belanghebbenden zullen al meteen in het eerste kwartaal van 2018 aansluiten, anderen hebben wellicht nog enige tijd nodig voordat zij zover zijn. De snelheid van aansluiten van partijen hangt af van de huidige staat van digitalisering, beschikbare budgetten en de verwachten baten voor de eigen organisatie. Ook opdrachtgeverschap door overheid en netbeheerders aan bodemadviesbureaus en IT leveranciers is een belangrijke factor. In de business case is bij de planning van baten rekening gehouden met een termijn van twee jaar voor vijftig procent van de baten en vijf jaar voor de volgende vijftig procent.

 

Is BIDON-data geschikt om aan inspectie SZW aan te tonen dat de juiste maatregelen zijn genomen?

BIDON levert per boring de gemeten concentratie van stoffen. Deze informatie moet door een deskundige worden vertaald naar een risicobeheersmaatregel conform de voorschriften uit de CROW132. De inspectie SZW zal dit achteraf, per situatie toetsen.

Wanneer is BIDON gerealiseerd?

In 2016 is de projectinitiatiefase en vindt besluitvorming plaats over realisatie en beheer van de gemeenschappelijke voorziening. Een brede vertegenwoordiging van de belanghebbenden is bij deze werkzaamheden betrokken. Na instemming van alle partijen start in 2017 de realisatie. Naar verwachting gaat BIDON in 2018 in productie.

Hoe wordt BIDON gefinancierd?

In 2015 is bij de overheid het belang voor dit initiatief onderkend in de vorm van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020, waarin afspraken staan over de levering van bodemkwaliteitsgegevens aan de gemeenschappelijke voorziening. Voor een deel van de voorbereidingskosten is financiering toegezegd. Bij de Netbeheerders is steun verkregen in de vorm van een ‘Intentieverklaring BIDON’ waarin medewerking aan het initiatief en een bijdrage voor een deel van de voorbereidingskosten is afgesproken.

Hoe is de financiering geregeld op de lange termijn?

De toekomstige wijze van financiering is op dit moment (2016) onderwerp van gesprek in de Programma Board.

De opdrachtgever betaalt voor het onderzoek dat hij laat uitvoeren. Als de opdrachtgever vervolgens de data beschikbaar stelt, gaat de gebruiker daar dan voor betalen?

Het idee achter BIDON is dat iedereen van elkaars data kan profiteren, zonder hier ingewikkelde verrekenstructuren aan te koppelen. De betreffende opdrachtgever heeft mogelijk ook al profijt gehad van bestaande bodemgegevens, doordat het onderzoeksbureau bestaande onderzoeksdata van overheid of bedrijfsleven in zijn vooronderzoek heeft kunnen betrekken. De opdrachtgever kan overigens altijd besluiten om bepaalde data niet beschikbaar te stellen aan BIDON.

De deelnemende netbeheerders en de overheid zullen in hun opdrachtgevende rol aan adviesbureaus altijd aangeven dat nieuwe bodemgegevens in BIDON moeten worden opgenomen.

Hoe zit het met de eigendomsrechten van de data?

De opdrachtgever is en blijft juridisch eigenaar van de data. Indien data ten grondslag ligt aan een besluit of vergunning is de data wel vrijelijk te (her)gebruiken in het publieke verkeer.

Stel, er staat verouderde data in de gemeenschappelijke voorziening. Wat dan?

Het is voor de gebruiker van BIDON altijd duidelijk hoe oud de getoonde gegevens zijn. Op het moment dat de gemeenschappelijke voorziening in gebruik genomen wordt zullen bruikbare, reeds aanwezige bodemgegevens hierin worden opgenomen. Dat zal ook gaan om gegevens die reeds enkele jaren geleden zijn verzameld.

‘Verouderde data’ bestaat eigenlijk niet. Data kan na verloop van tijd wel ongeschikt zijn voor een specifiek hergebruiksdoel. Het hergebruiken van historische data dient daarom altijd te gebeuren na zorgvuldige afweging. Data die voor een bepaald doel niet meer is te hergebruiken, kan voor een ander doel soms nog prima ingezet worden.

Rijkswaterstaat laat in 2016 een onderzoek uitvoeren om termijnen voor hergebruik van bodemgegevens duidelijker te beschrijven.

Zijn data straks kosteloos verkrijgbaar?

Gegevens komen straks via twee verschillende ketenprocessen in BIDON:

1) graafwerkzaamheden netbeheerders en de verplichting vanuit ARBO wetgeving voor de netbeheerder om na te gaan welke beschermende maatregelen nodig zijn vanwege vervuiling van de bodem, en

2) vergunningaanvragen (en meldingen) door burgers, bedrijven of (overheids)instellingen in het kader van de Omgevingswet (of de WABO, als het om bestaande gegevens gaat).

Het programma streeft ernaar om de bodemgegevens vanuit beide processen als open data beschikbaar te stellen. Dit zal in ieder geval voor de bodemgegevens vanuit het vergunningenproces gaan gelden.

Is BIDON ook geschikt voor waterbodemgegevens?

Het initiatief BIDON is gestart door een aantal partijen die primair belang hebben bij het hergebruik van milieuhygiënische gegevens van de droge bodem. Dit wil niet zeggen dat waterbodemgegevens straks niet kunnen worden aangeboden en/of hergebruikt: de basis vormt BIDON-dataset. De velden in die dataset met betrekking tot veldwerk en laboratoriumanalyse komen voor landbodem en waterbodem grotendeels overeen.

Wat is rol van Rijkswaterstaat in het programma BIDON?

Rijkswaterstaat (RWS) wordt binnen BIDON vaak als partij genoemd, omdat Bodem+ (onderdeel van Directie Leefomgeving van RWS), het gezamenlijke bodeminformatiebeheer van Provincies en Gemeenten, Rijk en Waterschappen organiseert. Bodem+ beheert voor gemeenten en provincies het landelijke Bodemloket.nl en vanuit die rol is zij in contact gekomen met netbeheerders. Bodem+ staat daarmee aan de wieg van BIDON. Ook heeft Bodem+ vanuit haar taken de overheidsbijdrage voor de projectinitiatiefase van BIDON gefinancierd.

De moederorganisatie Rijkswaterstaat zou vanuit haar projecten in grond, weg en waterbouw in de toekomst ook nog een rol kunnen krijgen in BIDON, zowel bij het hergebruiken van bodemonderzoeksgegevens als in de rol van netbeheerder (Rijkswaterstaat beheert o.a. een eigen glasvezelnetwerk). Dit is momenteel echter nog niet het geval.