Programmaboard BIDON onverminderd positief maar wil concretisering aansluiting uiterlijk mei 2017

Op 9 december jl. vergaderde de programmaboard BIDON (PBB) over de voortgang en de status van het programma. Onderwerpen waren onder meer de financiering voor de periode 2017-2021 en de oprichting van een rechtspersoon voor het samenwerkingsverband BIDON. Ook de nadere uitwerking van (indirecte) kosten voor gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, netbeheerders en adviesbureaus kwam aan bod. Tenslotte is gesproken over de activiteiten voor de komende maanden.

Onzekerheden

De PBB is onverminderd positief over het potentieel van BIDON. Er is een duidelijk gedeeld belang voor netbeheerders en overheid. Er zijn concrete netto baten in procesoptimalisatie en vermindering van het aantal bodemonderzoeken. Inmiddels liggen er ook voldoende feiten op tafel om dit te staven. Het blijkt echter onmogelijk om alle onzekerheden volledig uit te bannen. De grootste onzekerheid is de mate van vulling van de gemeenschappelijke voorziening en een concreet zicht op partijen die daadwerkelijk gaan aansluiten. Deze onzekerheden hoeven de voortgang van het programma niet in de weg te staan, aldus de PBB. Er is een strategie geformuleerd waarin de gegevensuitwisseling start met een kleine kritieke massa en een groeimodel voor de rest.

Aansluitkosten

Eén van de onzekerheden betrof de aansluitkosten voor de data leveranciers en gebruikers. Hierover is meer duidelijk geworden. Uit het onderzoek van PBLQ blijkt een bandbreedte van circa € 0,5 mln tot € 5 mln. aansluitkosten, afhankelijk van het scenario. Dit gaat om de totale kosten voor enkele honderden gemeenten, adviesbureaus en netbeheerders. Onder andere voor aanpassing van hun software. In alle gevallen blijft de business case voor BIDON ruimschoots positief. Wel blijkt uit het onderzoek opnieuw dat het tempo waarmee partijen zullen aansluiten en de mate waarin bestaande bodemgegevens kunnen worden aangeleverd sterk varieert.

Convenant

Van Doorne Advocaten heeft juridisch advies uitgebracht over de op te richten rechtspersoon. Hieruit blijkt dat de gekozen vorm met een samenwerkingsconvenant voor overheid en netbeheerders en een stichting als rechtspersoon passend is bij de huidige stand van zaken en de voorgenomen implementatiestrategie. Het vormt de basis voor een groeimodel waarbij de komende maanden partijen hun voornemen om deel te nemen kunnen formaliseren met ondertekening van het convenant en deelname aan de stichting. Partijen die daarna aanhaken kunnen eenvoudig aan het samenwerkingsverband worden toegevoegd.

Financiering en concretisering aansluiten

Voor de financiering van de activiteiten voor 2017-2021 zijn momenteel middelen uit het uitvoeringsprogramma bodem en ondergrond en de BRO toegezegd. Deze middelen zijn echter nog niet voldoende om met het programmaplan 2017-2021 door te gaan. De PBB acht het ook van belang dat de steun van aan te sluiten partijen explicieter wordt vastgelegd met de ondertekening van het convenant. Daarom is besloten om tot uiterlijk eind mei de tijd te nemen om voldoende toezeggingen tot aansluiten op te halen én om de benodigde financiering rond te maken. Beiden zijn noodzakelijk om eind mei groen licht te geven voor het vervolg: de ontwikkeling van de gemeenschappelijke voorziening.

Verder is de PBB van mening dat de aanbestedingsdocumenten conform plan eind januari/begin februari moeten worden afgerond. Hiermee wordt het huidig momentum vastgehouden en het voorkomt dat er na het verkrijgen van groen licht onnodige tijd verloren gaat.